JOURNALISMLAB PRESENTS

Lokaal online nieuws in Nederland

De opmars van de hyperlocal, gebrekkige participatie

Lokaal nieuws is online ruimschoots te vinden in Nederland: op websites van dagbladen, huis-aan-huisbladen, betaalde nieuwsbladen, en van regionale – en lokale omroepen. Daarnaast zijn er ‘hyperlocals’, websites met lokaal nieuws die niet verbonden zijn met een ander (offline) medium. Die laatste categorie is sterk in opkomst. We vinden meer dan één hyperlocal per gemeente en dat is fors meer dan bij een inventarisatie een aantal jaren geleden. De hyperlocal is nu de meest voorkomende lokale mediavorm. Daarna komen de websites van huis-aan-huisbladen, een sector die de afgelopen jaren fors is ingekrompen maar nog steeds in elke gemeente ook online aanwezig is, vaak ook met meer dan één titel. In elke gemeente zouden inwoners nieuws over hun woonplaats op de website van de regionale omroep kunnen vinden terwijl ook een dagbladsite vrijwel overal beschikbaar is. In zo’n 80 procent van de gemeenten heeft de lokale omroep ook een nieuwssite.

Lokaal betekent niet alleen nieuws brengen over een specifiek geografisch gebied, de ambitie van lokale media gaat verder dan dat, ze willen onderdeel uitmaken van de gemeenschap, mensen verbinden en een platform voor discussie en participatie zijn. Dat zou zich kunnen manifesteren in reacties, discussies, acties van en voor inwoners en in het algemeen in een open houding ten opzichte van bijdragen en suggesties van inwoners. Dat blijkt in de praktijk niet overal uit de verf te komen, reacties zijn veelal niet welkom (behalve op Facebook), contact wordt zo nu en dan afgeschermd en een bloeiend discussieplatform over lokale zaken is een zeldzaamheid. Ook lokale media zijn vooral geïnteresseerd in ‘zenden’.

gemaakt door Local focus

Alle lokale media zijn op deze interactieve kaart opgenomen, daar is per gemeente te zien hoeveel media er zijn, welke dat zijn en hoe de gemeente verschilt van de provincie of van het Nederlands gemiddelde. Het is een eerste versie van het onderzoek omdat we een oproep doen aan iedereen om de gegevens van zijn of haar medium te checken, te kijken of er in de gemeenten waar je wat vanaf weet ook andere media zijn of misschien media ten onrechte zijn opgenomen.

Ziet u fouten of ontbreken er gegevens? Laat het ons via dit formulier weten.

Als u vindt dat er een medium mist, laat ons weten om welke titel het gaat en vul dit formulier in. 

Hieronder leest u meer over welke lokale media er zijn en in welke vorm (hoofdstuk 1) en welke online participatiemogelijkheden ze aanbieden (hoofdstuk 2). Hoofstuk 3 vergelijkt de resultaten van dit onderzoek uit 2020 met eerder onderzoek uit 2013 en hoofdstuk 4 sluit af met conclusies. In het laatste hoofdstuk kunt u meer lezen over de onderzoeksmethode die wij hebben gehanteerd.

I. Online lokaal nieuws in Nederland

Wie online naar landelijk nieuws zoekt, heeft keuze genoeg: websites van de NPO en commerciële omroepen, online versies van dagbladen en de online nieuwsaanbieder NU.nl trekken maandelijkse een miljoenenpubliek. Daarmee is overzicht van het aanbod op nationaal niveau overigens nog lang niet compleet. Het aanbod op lokaal niveau is minder duidelijk. Regionale dagbladen en omroepen hebben websites met nieuws maar of dat ook geldt voor alle nieuws- en huis-aan-huisbladen en lokale omroepen is niet bekend. Het aanbod van ‘stand-alone’ hyperlocals ook niet recent in kaart gebracht.

In deze publicatie brengen we dat online aanbod per provincie en per gemeente op lokaal niveau in kaart. We maken onderscheid tussen websites van regionale dagbladen, (betaalde) nieuws- en (gratis) huis-aan-huisbladen, websites van lokale – en regionale omroepen en zelfstandige (online-only) hyperlokale sites. Ook onderzoeken we hoe deze media de betrokkenheid met hun lezers gestalte geven: kunnen die reageren, zelf nieuws inbrengen, makkelijk in contact komen met het medium of via sociale media participeren.

Media, gemeenten en provincies

Het onderzoek betreft de situatie van 2020, die waar mogelijk vergeleken wordt met eerder onderzoek om trends duidelijk te maken. Het voorkomen van verschillende mediavormen wordt o.a. vergeleken op provincie-niveau. De omvang van provincies verschilt sterk. Noord-Brabant telt 62 gemeenten en Flevoland maar 6 (Figuur 1).

Lokaal betekent niet alleen nieuws brengen over een specifiek geografisch gebied, de ambitie van lokale media gaat verder dan dat, ze willen onderdeel uitmaken van de gemeenschap, mensen verbinden en een platform voor discussie en participatie zijn. Dat zou zich kunnen manifesteren in reacties, discussies, acties van en voor inwoners en in het algemeen in een open houding ten opzichte van bijdragen en suggesties van inwoners. Dat blijkt in de praktijk niet overal uit de verf te komen, reacties zijn veelal niet welkom (behalve op Facebook), contact wordt zo nu en dan afgeschermd en een bloeiend discussieplatform over lokale zaken is een zeldzaamheid. Ook lokale media zijn vooral geïnteresseerd in ‘zenden’.

Figuur 1. Gemeenten per provincie

We onderscheiden websites van regionale dagbladen, nieuws- en huis-aan-huisbladen, van lokale en regionale publieke omroepen en hyperlocals. Elke titel is bij elke gemeente apart geteld, er zijn dus geen 355 regionale omroepen maar 355 gemeenten waar de website van de omroep nieuws over kan bevatten. Ook hyperlocals, huis-aan-huisbladen en lokale omroepen die meerdere gemeenten bestrijken zijn voor elke gemeente apart geteld. In onderstaande figuur is te zien dat het aantal hyperlocals, huis-aan-huisbladen en regionale dagbladen het aantal gemeenten overtreft, daarvan zijn er dus meer dan één gemiddeld per gemeente. In ruim 80 procent van de gemeenten is een nieuwswebsite van een lokale omroep. In 27 gemeenten is een website van een betaald nieuwsblad (Figuur 2).

Figuur 2: Aantal lokale media (totaal)

De meeste media zijn te vinden in Noord-Holland (334), daarna komen Zuid-Holland en Gelderland. In Flevoland zijn ‘slechts’ 28 lokale media. De verschillen hebben uiteraard te maken met het verschillend aantal gemeenten in de provincies. Het gemiddeld aantal media per gemeente geeft een beter beeld van de verschillen (Figuur 3). In Friesland is dat ruim 8 en in Groningen, Overijssel en Noord-Holland meer dan 7. In Noord-Brabant en Flevoland zijn minder dan 5 media per gemeente. Het gemiddelde per gemeente is 6,2.

Figuur 3. Gemiddeld aantal mediavormen per gemeente per provincie

Mediavormen per provincie

Hyperlocals

De ruim 650 hyperlocals zijn ongelijk over Nederland verdeeld. In absolute aantallen spant Noord-Holland de kroon met 123 hyperlocals (in 47 gemeenten) terwijl Noord-Brabant ‘maar’ 60 hyperlocals in 62 gemeenten heeft. In Flevoland zijn 4 hyperlocals (maar ook maar 6 gemeenten).  Een vergelijking waarbij het aantal hyperlocals per gemeente wordt vergeleken, maakt duidelijk dat Drenthe, Friesland, Groningen, Overijssel, Noord-Holland en Limburg meer dan 2 hyperlocals per gemeente hebben. In Flevoland en Noord-Brabant zijn er minder dan 1 per gemeente. Het gemiddeld ligt net onder de 2 (Figuur 4).

Figuur 4. Hyperlocals per gemeenten per provincie

Huis-aan-huisbladen

Gemiddeld heeft een Nederlandse gemeente 1,3 website van een huis-aan-huisblad met nieuws over die gemeente. In Zeeland, Groningen, Gelderland en Flevoland is dat 1,5 of meer. In Drenthe en Limburg ligt het gemiddelde onder de 1 (Figuur 5).

Figuur 5. Nieuwssites van huis-aan-huisbladen per gemeente

Lokale omroepen

Niet alle gemeenten in Nederland hebben een lokale omroep (ruim 90 procent wel), en ook als er een lokale omroep is, hoeft deze geen nieuwssite te hebben, in dat geval is de omroep waarschijnlijk wel actief op radio en/of tv.

Een gemeente kan niet meer dan een lokale omroep hebben, per gemeente wordt maar één uitzendlicentie uitgegeven. Het gemiddelde per provincie kan ook niet hoger zijn dan één. In Groningen (12 gemeenten, 12 lokale omroepen met nieuwssite) wordt dat maximum gehaald, in Overijssel bijna (24 lokale omroep-sites, 25 gemeenten). In Zeeland, Flevoland en Drenthe zijn relatief weinig lokale omroepen met een nieuwssite. Het gemiddelde is 0,8 (Figuur 6).

Figuur 6. Websites van lokale omroepen per gemeente

Regionale dagbladen

Nederland is sinds de expansie van de Belgische uitgevers De Persgroep en Mediahuis vrijwel een lokaal kranten-duopolie geworden. Alleen in Barneveld en omgeving wordt een krant door een ander concern uitgegeven. De Persgroep is eigenaar van Het Parool, AD met de subtitels in Rotterdam, Den Haag, Dordrecht, Gouda, Utrecht en Amersfoort en van de voormalige Wegenerkranten PZC, Brabants Dagblad, De Stentor, Eindhovens Dagblad, BN de Stem, Tubantia en De Gelderlander. Mediahuis geeft Noordhollands Dagblad, Gooi- en Eemlander, Leidsch Dagblad en Haarlems Dagblad uit, De Limburger en de voormalige NDC-titels Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant en Friesch Dagblad. Die laatste twee titels verschijnen in heel Friesland wat de uitzonderijke positie van die provincie verklaart. In sommige gemeenten zijn twee websites van regionale dagbladen door overlappende verspreidingsgebieden van kranten. In Noord-Holland (rond Amsterdam) en Flevoland (geen krant in Almere) is het gemiddeld minder dan één (Figuur 7).

Figuur 7. Gemiddeld aantal dagbladen per gemeente per provincie

Nieuwsblad

Het betaalde nieuwsblad is een bedreigde diersoort. Rond de eeuwwisseling waren er nog zo’n 65 titels in Nederland, nu is dat gezakt tot 27 die allemaal een website met nieuws hebben. Friesland heeft 8 nieuwsbladen, in Utrecht zijn er nog 5 (Figuur 8).

Figuur 8. Aantal betaalde nieuwsbladen met website per provincie

Concluderend, kunenn we stellen dat het aanbod aan lokaal nieuws meer dan voldoende is. Wel zien we verschuiving in de mediavorm. Terwijl het nieuwsblad aan het uitsterven is, zien we een sterke toename van het aantal hyperlocals. Maar in hoeverre zijn lokale media verbonden met de gemeenschap waarin ze opereren?

II. Participatie met het publiek

Lokale en regionale media hebben de ambitie om midden in de samenleving te staan – soms zelfs tot in de haatvaten te komen –, deel uit te maken van die samenleving en open te staan voor stemmen uit de gemeenschap. In dit deel van het rapport worden die ambities – of in ieder geval de voorwaarden tot het inlossen van die ambities – onderzocht: in hoeverre staan de media die wij gevonden hebben ook open voor leden van de gemeenschap? Kunnen ze nieuws delen en in contact komen met de redactie, kunnen ze reageren, tips of suggesties achterlaten, kunnen ze zelf content toevoegen?

We onderzoeken dat door te kijken naar de aanwezigheid op sociale media (daar kan gereageerd worden, in discussie worden gegaan en content worden gedeeld), naar de opties om content te delen en in contact te komen met de redactie. Ook keken we naar publieksacties die de media organiseren of faciliteren.

Sociale media

Facebook, Twitter en Instagram zijn de sociale media waarvan we het vaakst links aantreffen op de sites van lokale en regionale media. Bij alle regionale omroepen, dagbladen en nieuwsbladen zijn er links naar hun Facebook- en Twitter-accounts. Lokale omroepen scoren hier boven de 90 procent, bij huis-aan-huisbladen wordt Facebook ook vaak ingezet, Twitter iets minder (bij 80 procent). Hyperlocals scoren het laagst.

Alle regionale omroepen hebben een Instagram-account met een link op de website, drie kwart van de dagbladen ‘doet’ aan Insta, bij lokale omroepen is dat ruim 50 procent, nieuws- en huis-aan-huisbladen zetten deze social zelden in. YouTube wordt vooral door omroepen gebruikt. De regionale omroep is het enige mediumtype dat LinkedIn meer dan incidenteel inzet (Figuur 9).

Figuur 9. Sociale media op website lokale en regionale media

Als we het over ‘alle’ regionale omroepen die in onze 355 gemeenten voorkomen hebben, gaat het overigens over in totaal dertien omroepen – behalve bij de inzet van LinkedIn lijkt de inzet van sociale media dus behoorlijk op elkaar. Bij dagbladen gaat het maar om twee concerns die websites voor ruim 99 procent van de gemeenten verzorgen, gelijkvormigheid kan hier geen verrassing zijn. Ook het aantal uitgevers van huis-aan-bladen is beperkt, zij gebruiken veelal hetzelfde systeem voor al hun titels. Alle nieuwsbladen zetten ‘traditionele’ socials Facebook en Twitter in. Opmerkelijk is dat bij hyperlocals deze relatief eenvoudige manier om content delen en met de achterban te communiceren matig ontwikkeld is.

Dat Instagram niet overal wordt ingezet is begrijpelijk, in tegenstelling tot Facebook en Twitter levert Instagram geen ‘conversie’ op, gebruikers kunnen niet via een link op een Instagram-post naar de website gevoerd worden. Instagram is een separaat kanaal dat dus vooral tijd kost en weinig of geen ‘clicks’ oplevert.

Media die geen video uitzenden hebben YouTube niet nodig – tenzij ze eigen ‘players’ gebruiken zoals bij dagbladen – wat verklaart waarom nieuws en huis-aan-huisbladen dit platform minder benutten. Een groot deel van de hyperlocals en zelfs van de lokale omroepen gebruikt het populaire videokanaal niet.

Al er geen link naar een social op de website staat, hoeft dat niet te betekenen dat het medium niet actief is op dat platform. Media hebben ook accounts op een sociaal medium zonder dat zoiets op de website duidelijk wordt. Vooral hyperlocals zijn actiever dan de informatie op hun website doet vermoeden. Drie kwart van de dagbladen heeft ook een YouTube-kanaal, maar dat wordt slechts zelden via de site gepromoot (Figuur 10).

Figuur 10. Actief op sociale media

Contactmogelijkheden

Lezers kunnen vooral met het medium in contact komen als ze nieuwstips hebben, bij regionale dagbladen is dat bij 50 procent het geval, bij regionale omroepen bij 100 procent. Ook foto’s insturen en een vraag stellen via een contactformulier zijn relatief veelgebruikte opties. Die laatste optie ontbreekt bij regionale dagbladen. Schrijvers van opinies worden minder vaak uitgenodigd (helemaal niet bij regionale omroepen). De helft van de regionale omroepen heeft een aparte correctie-optie.

Bij Omroep Gelderland staat onder elk nieuwsbericht: ‘correctie melden’. Klikken brengt je naar een contactformulier waarin je de correctie door kan geven.  De link naar het artikel wordt automatisch meegestuurd en er wordt gevraagd om contactgegevens als naam, telefoonnummer of woonplaats achter te laten.

Opmerkelijk is dat reageren – op wat voor manier dan ook – bij de meeste sites geen optie is. Geen enkel dagblad of regionale omroep heeft die mogelijkheid. Bij 30 procent van de huis-aan-huisbladen en bij 20 procent van de hyperlocals kan het wel (Figuur 11).

Figuur 11. contactmogelijkheden per mediasoort

Bij een derde van de regionale dagbladen is geen van bovenstaande contact- en reactie-opties, bij de nieuwsbladen gaat dat om een kwart (Figuur 12).

Figuur 12. Media zonder contact- of reactie-opties

Een colofon (of ‘over ons’) waarin duidelijk wordt wie de site exploiteert, is in de meeste gevallen wel aanwezig alhoewel hyperlocals daarbij achterblijven.

Bij de Diemerkrant.nl is wel een colofon, maar wie daar op klikt, ziet alleen een privacy-statement, en geen informatie over achtergrond, uitgever of makers.

Contactgegevens van hoofdredacteur of andere journalisten ontbreken veelal, behalve bij regionale dagbladen.

Figuur 15. Colofon en contactgegevens

Publieksgerichte activiteiten

Media kunnen verschillende soorten ‘publieksgerichte activiteiten’ ondernemen die in de lokale context van betekenis zijn. Veruit het meest voorkomend is de ‘vraag en aanbod-rubriek’ waar diensten en/of spullen worden aangeboden, daarnaast is er in ongeveer de helft van de gevallen een agenda voor lokale evenementen (behalve bij dagbladen).

Laarder Courant de Bel (Laren, Blaricum) heeft een lokale bedrijvengids. De Brug (Nijmegen) heeft een formulier om onderdelen voor de agenda (met foto) in te sturen. Bij de Bevelandse Bode (‘de lezer centraal’) kan je voor € 29,50 ‘vriend van de Bode’ worden – je krijgt korting op advertenties, er zijn lezersacties en je ontvangt het jaarboek.

Bij regionale omroepen is het soms mogelijk de redactie te bezoeken (Figuur 13).

Figuur 13. Publieksgerichte activiteiten

Radiostation Exxact (Barendrecht): ‘kom gezellig een keer langs bij de studio’. TV Ellef (Roermond): ‘we zijn meestal aanwezig tijdens kantoortijden, maar neem voor uw bezoek wel eerst even telefonisch contact met ons op.’

Bij alle media is het delen van artikelen mogelijk, Facebook en Twitter zijn de belangrijkste opties, in sommige gevallen is ook delen via Whatsapp mogelijk terwijl artikelen ook via mail doorgestuurd kunnen worden. Hyperlocals en lokale omroepen lijken wat minder deze opties gebruiken dan andere media.

Figuur 14. Delen van artikelen

III. Vergelijking met eerder onderzoek

In vergelijking met een inventarisatie uit 2013 is het aantal hyperlocals in 2020 bijna verdubbeld: van 351 naar 664. In 2013 bracht het lectoraat Kwaliteitsjournalistiek van de Hogeschool Utrecht het aantal hyperlocals per provincie in kaart. In de onderstaande grafiek is de stijging ten opzichte van 2013 te zien. In alle provincies (behalve Friesland en Zeeland) stijgt het aantal hyperlocals. In Noord-Holland ging het van 39 naar 123, in Drenthe van 3 naar 36 en Limburg van 11 naar 64. In Friesland daalde het van 80 naar 51 en in Zeeland van 26 naar 20 (Figuur 16).

In Limburg exploiteerden de regionale zender L1 en Mediagroep Limburg (dagbladen) samen 1Limburg die destijds beschouwd werd als de website van de regionale omroep. Die samenwerking werd in 2017 gestaakt maar 1Limburg bleef als tweede site naast L1. Wij beschouwen 1limburg nu als hyperlocal in de 12 Limburgse gemeenten.

Figuur 16. Hyperlocals in 2013 en 2020

Gemeentelijk herindeling

Waar Nederland in 2013 nog 408 gemeenten had, is dit aantal door gemeentelijke herindelingen in 2020 gedaald tot 352. Mediasites die in 2013 nog voor meerdere gemeenten zijn aangemerkt kunnen in dit onderzoek maar voor één gemeente zijn genoteerd. Hyperlocal Hollands Kroon Vandaag staat in het onderzoek van 2013 nog vier keer in de lijst (voor Anna Paulowna, Niedorp, Wieringen en Wieringermeer). In 2020 staat het medium maar één keer in de lijst, omdat de gemeenten zijn gefuseerd. Hetzelfde geldt voor Flakkee Nieuws: in 2013 staat die vier keer in de lijst (Dirksland, Goedereede, Middelharnis en Oostflakkee) en in 2020 maar één keer (Goeree-Overflakkee). Het gevolg is dat het aantal mediasites afneemt. Daarnaast kan het zijn dat mediasites die specifiek publiceren voor voormalig gemeenten (die nu zijn gefuseerd) in dit onderzoek over het hoofd zijn gezien. Het kan dus dat er hyperlocals over het hoofd zijn gezien of dat het aantal is afgenomen. Daarom is het des te opmerkelijker dat uit onze analyse blijkt dat aantal juist is toegenomen.

Gedeeltelijk is de toename te danken aan de opkomst van titels die nieuwsites hebben gelanceerd voor meerdere gemeenten. Nieuws.nl zegt voor alle gemeenten een nieuwssite te beheren, maar het grootste deel hiervan bestaat uit aggregatiesites. Voor dit onderzoek zijn alleen websites met een redactie van Nieuws.nl meegenomen: 97 hyperlocals. In 2013 had Nieuws.nl enkel aggregatiesites. Ook de opkomst van Indebuurt.nl van de Persgroep valt op. In 2013 bestond deze nog niet, in 2020 is ze actief in 37 gemeenten.

Ook stijgt het aantal hyperlocals dat nieuws maakt voor een hele provincies. In 2020 gaat dat bijvoorbeeld om Gelrenieuws (Gelderland), HV Zeeland (Zeeland) en in Drenthe om Meter Nieuws en Nu Drenthe.

Er verdwenen ook titels. Dichtbij (20 sites met redactie), HV Nieuws (Friesland – 27 sites), Vol Nieuws (Zuid-Holland – 15 sites) en Zeeuwse Regio (Zeeland – 13 sites) bestaan niet meer, zijn omgezet naar aggregatiesites of samengevoegd met andere sites. Ook zijn er hyperlocals omgezet naar lokale publieke omroepen zoals Sleutelstad in Leiden.

Naast de vele veranderingen is er ook continuïteit. Ketens als WâldNet en It Nijs zijn net zoals in 2013 nog actief in Friesland. Om te illustreren hoe de situatie ten opzichte van 2013 veranderd is, worden drie provincies in detail in beeld gebracht.

Hyperlocals in Drenthe

In Drenthe (12 gemeenten) steeg het aantal hyperlocals van 3 in 2013 naar 36 in 2020. De drie nieuwssites uit 2013 komen in dit onderzoek niet meer voor. Twee sites staan nog online, maar zijn gestopt met het publiceren van nieuws, de derde is nu een aggregatiesite. In Drenthe zijn dus 36 ‘nieuwe’ hyperlocals. Dat komt voor een belangrijk deel door provincie-brede titels Nu Drenthe en Meter Nieuws, die in totaal 23 edities hebben. Daarnaast hebben twee Drentse gemeenten een redactionele site van Nieuws.nl. Naast deze titels is er in bijna elke gemeente tenminste één ‘individuele’ hyperlocal bijgekomen.

Hyperlocals in Noord-Holland

Noord-Holland spant met 123 hyperlocals de kroon in Nederland. In 2013 waren dat er 39. Van die 39 uit 2013 bestaan er 12 niet meer (of soms kregen ze een andere titel). Er zijn nu zeven ‘grote’ merken (voor vijf gemeenten of meer): 112 Gooi en Vechtstreek (7 gemeenten), 112 Meerlanden (7 gemeenten), 112 West-Friesland (7 gemeenten), Indebuurt.nl (2 gemeenten) Nieuws.nl (18 gemeenten), Ons West Friesland (5 gemeenten) en Regio 14 (7 gemeenten). In 2013 waren er vier ‘grote’ merken. Daarnaast zijn er 84 nieuwe mediasites, 60 daarvan zijn sites voor één gemeente (19 in 2013).

Hyperlocals in Friesland

Friesland is een van de twee provincies waar in 2020 in vergelijking met 2013 mediasites verdwenen: van 80 naar 51. Een van oorzaken is de gemeentelijke herindeling: Friesland ging van 27 naar 18 gemeenten. Verder had de verdwijning van HV Nieuws (destijds in alle gemeenten) veel invloed. Ook bestaan drie sites van Dichtbij en drie sites van individuele aanbieders niet meer. Maar er is ook continuïteit. Grote titels die voor meerdere gemeenten publiceren, doen dat net zoals in 2013 nog steeds: It Nijs (17 gemeenten) en WâldNet (6 gemeenten). Daarnaast zijn er individuele mediasites in 21 gemeenten (Figuur 19).

Figuur 19. Hyperlocals in Friesland

Hyperlocals Friesland 2013

Hyperlocals Friesland 2020

IV. Conclusie

Niet de website van de krant of die van het huis-aan-huisblad is het het meest voorkomende lokale online nieuwsmedium in Nederland, maar de ‘hyperlocal’. Gemiddeld zijn er bijna twee hyperlocals per gemeente. Bij dagbladen is de monopolisering al langer aan de gang, bij huis-aan-huisbladen is de laatste jaren ingrijpend gesaneerd door overnames, fusies en het staken van titels. Dat manifesteert zich ook online.

Opvallend is niet alleen het aantal hyperlocals maar ook de beweeglijkheid van de sector. Een vergelijking met 2013 wijst uit dat in de tussenliggende periode veel hyperlocals verdwenen, waaronder enkele grote ‘ketens’ die meerdere hyperlocals exploiteerden. Dat desondanks het aantal bijna verdubbelde is opmerkelijk. Die groei komt niet alleen van ‘nieuwe’ ketens als Nieuws.nl, Indebuurt.nl en regio-brede initiatieven maar voor een deel ook door de opkomst van websites voor één of enkele gemeenten.

De vraag naar de bestendigheid van het model ligt voor de hand. De beweeglijkheid wijst erop dat het duurzaam exploiteren van een hyperlocal lastig is, maar de groei toont aan dat er behoefte aan is, of minstens dat verondersteld wordt dat die behoefte bestaat – wat gezien de verschraling bij andere mediavormen niet verwonderlijk is. Bij ruim 40 procent van de hyperlocals is niet duidelijk door wie de site geëxploiteerd wordt.

Over de kwaliteit van de berichtgeving – of over de frequentie – doen we geen uitspraken in dit onderzoek. Bij de sites van dagbladen en regionale omroepen is niet per gemeente gecontroleerd of er regelmatig nieuws over die gemeente wordt gebracht.

De ambitie om onderdeel te zijn van de lokale gemeenschap en open te staan voor bijdragen van inwoners komt moeizaam uit de verf. Dat wordt het meest duidelijk door de afwezigheid van een reactiemogelijkheid, dat kan slechts bij een minderheid van de sites, regionale omroepen en dagbladen staan die helemaal niet toe, andere media nauwelijks. De discussie is ‘uitbesteed’ aan Facebook. Tips en foto’s insturen kan vaak wel. Sociale media worden niet volop ingezet, huis-aan-huisbladen en hyperlocals blijven achter, ook het delen van artikelen via socials is niet altijd mogelijk. Resumerend kan gesteld worden dat er bij participatie op veel onderdelen sprake is van gemiste kansen.

Methode

Door vier codeurs zijn in 2020 data verzameld over alle mediasites met lokaal nieuws. De websites moesten recent eigen nieuws bevatten (dus geen aggregatieplatformen die uitsluitend nieuws van andere media doorplaatsen).

Uitgangpunt was een lijst met lokale media per gemeente van het lectoraat Kwaliteitsjournalistiek uit 2015 (een update van het onderzoek uit 2013). Codeurs checkten of deze sites nog bestonden en recent nieuws bevatten. Daarnaast zijn lokale nieuwsmedia via Google gezocht door ‘nieuws’ en de naam van de gemeente in te voeren. De mediasites van de eerste twee zoekpagina’s werden opgenomen.

Voor elk medium zijn titel, url en uitgever/eigenaar genoteerd. Vervolgens is gekeken naar de sociale mediakanalen, inclusief de aantallen abonnees op YouTube en volgers op Facebook, Twitter en Instagram.

Bij elke titel werd gekeken naar mogelijkheden tot publieksparticipatie: correcties, reageren via Facebook, Discus of rechtstreeks op een nieuwsbericht, insturen van tips, persberichten, foto’s, opiniestukken of vragen. Ook werd gekeken of lezers een nieuwsbericht konden delen via sociale media, lid worden of zich abonneren. Ook is gezocht naar de manieren waarop contact gemaakt werd met lezers: via evenementen, merchandise, bezoek-mogelijkheden, samenwerking, vraag en aanbod-service of activiteitenagenda.

De dertien regionale omroepen zijn afzonderlijk toegevoegd zonder dat er via Google is gezocht. Hiervoor is gekozen omdat regionale omroepen nieuws maken voor veel gemeenten. Het alternatief zou zijn geweest dat de codeurs nieuwsmedia tientallen keren afzonderlijk hadden moeten invoeren. Dat betekent wel dat er geen inhoudelijke check (bevat de website actueel nieuws over de gemeente) heeft plaatsgevonden – bij regionale omroepen wordt verondersteld dat deze ook de desbetreffende gemeente covert.

De 16 regionale dagbladen zijn toegevoegd op basis van hun verspreidingsgebied. Ook hier is geen inhoudelijke toetsing geweest. De aanwezigheid van een betaald nieuwsblad is gecheckt aan de hand van een recent overzicht. De grote hyperlocals Indebuurt en Nieuws.nl zijn op grond van de overzichten op hun site (Indebuurt) en na controle bij de uitgever (Nieuws.nl) aangevuld.